In het heetst van de zomer zijn de kranten dun, ze bevatten vaak komkommernieuws of worden geheel niet gelezen omdat we op vakantie zijn; bij terugkomst gunnen we ons niet meer de tijd ze door te nemen. Zonde, zo blijkt dit jaar. Een pareltje van een krant bleek de Trouw van 14 juli te zijn. Drie mooie artikelen. De eerste over de daklozenopvang in de vier grote steden. Het aantal daklozen neemt helaas toe. In Amsterdam helpen ze daklozen onder andere via het programma Housing First (een Fins initiatief) allereerst aan een woning, alvorens verdere hulp te geven. Een dak boven je hoofd is van evident belang. Het tweede artikel betrof het toenemende aantal suïcides onder jongeren naar aanleiding van de zelfmoord van een leerling op een Groningse mbo-opleiding. Spreek erover met jongeren in deze vaak lastige levensfase en zorg voor goede voorlichting. Tot slot in de reeks Religie & Filosofie een interview met Brecht Molenaar over het humanisme en het werk van de geestelijk verzorger. Het Humanistisch Verbond legt volgens haar te veel nadruk op de (illusie van de) maakbaarheid van het leven en de geestelijk verzorger richt zich in het verlengde hiervan tegenwoordig te veel op de markt van gezondheid en welzijn. Het gaat volgens haar niet alleen om de kracht van mensen, maar ook om de aandacht voor hun kwetsbaarheid.

Drie mooie verhalen, die mij ook sterken in de keuzes die ik maak bij het uitgeven van boeken. Vorig jaar verschenen bij Uitgeverij de Graaff (onder andere) het ervaringsverhaal van Wim Eickholt ‘Wat ik nou toch heb meegemaakt.’ Verslag van een jaar dakloosheid; het boek Eigenlijk zegt u dat u dood wilt?! In gesprek met een suïcidale cliënt, met als rode draad het eerlijke gesprek met de suïcidale cliënt; en het boek De woestijn zal bloeien. Inspiratie voor vernieuwing van geestelijke verzorging in de psychiatrie, over de nieuwe rol van de geestelijk verzorger in het zingevingsproces.

Wat is de kern van deze drie boeken: het gesprek aangaan met kwetsbare mensen. Zo simpel is het soms.

Radiocolumn Paperbackradio, Amsterdam.FM, 13 februari 2018 

Age Niels Holstein 

Ik heb een verhaal geschreven. Het draagt de titel Een brandende aap. Ik ben er heel lang geleden aan begonnen. Ik heb bekende adviezen opgevolgd. De dichter Horatius uit de klassieke oudheid schreef het al: Leg je werk weg. Pak het na een tijd weer op en blijf het eindeloos bijschaven en polijsten. Ik liet het vrienden lezen. Zij gaven commentaar. Passages werden herschreven. Schrijven is schrappen. Mijn verhaal werd korter en korter. En natuurlijk beter en beter…!

Zo ongeveer twee jaar geleden was het zover. Het werd tijd voor mijn coming out als schrijver. Ik nam afscheid als bestuurder van 113Zelfmoordpreventie. Ik besloot Een brandende aap in een hele lange voorleessessie van meer dan een uur voor te lezen aan mensen die het waagden zich hieraan bloot te stellen. Het verhaal is autobiografisch en gaat over een mentale ontsporing die ik zelf heb meegemaakt. Ik dacht dat het passend was bij gelegenheid van mijn afscheid van een organisatie die zich bezighoudt met het voorkomen van zelfmoord, iets van mijn eigen motivatie als medeoprichter en bestuurder te delen. Bij het schrijven, herschrijven en nog eens herschrijven van Een brandende aap speelde natuurlijk wel door mijn hoofd wat ik nu eigenlijk wilde met dat verhaal. Ik had wel een stille wens dat het uitgegeven zou worden, maar ik gaf dat weinig kans. Allereerst door de omvang. Het is net te kort voor een novelle, maar eigenlijk weer te lang voor een verhaal in een verhalenbundel. Maar ook door de vorm en het onderwerp. Het is een literair verhaal, maar tegelijkertijd een indirect pleidooi voor meer begrip voor psychische ontsporingen. Welk lezerspubliek zit daarop te wachten?

Nu zijn er tegenwoordig talloze mogelijkheden om werk in eigen beheer uit te geven. Via het internet. Via een eigen website. Of door het ergens anders te uploaden. Er zijn bedrijfjes die faciliteiten aanbieden – vanzelfsprekend tegen geringe kosten – om publicatie in eigen beheer te ondersteunen. Ik zag daar niets in en ik wilde het niet. Mijn principe was en is dat een professionele uitgever iets in mijn werk moest zien. Als mijn verhaal niet de toets van een vakmatige kritiek kon doorstaan; als niet één onafhankelijke professional waarde zou hechten aan mijn verhaal, geloof zou hebben in een verspreiding onder een lezerspubliek en hiervoor ook enig financieel risico zou willen dragen, dán zou mijn schrijverij de status moeten behouden van een voor mijzelf waardevolle documentatie van een episode uit mijn leven.

Paul van Hoek luisterde naar mijn verhaal bij mijn afscheid van 113. Hij was onder de indruk. Hij is auteur bij Uitgeverij de Graaff en bracht mij in contact met Hans de Graaff. Eigenaar van de uitgeverij. Hier aanwezig in de studio. Hij zag er wat in. Het gesprek over de uitgave begon. Resultaat: Een brandende aap is vorige maand gepubliceerd. De officiële boekpresentatie vindt plaats met een door mij verzorgde lezing bij de GGZ-organisatie Astare in Utrecht. 

Ik geloof in het belang van kleine uitgevers als Uitgeverij de Graaff. Zonder Hans had mijn verhaal nooit een lezerspubliek kunnen bereiken. Tussen tafellaken en servet. Tussen wal en schip. Hans zorgt ervoor dat het bij lezers terecht kan komen, die een belangstelling hebben in onderwerpen als gezondheidszorg en ggz. Hij gaat nu het experiment aan deze mensen te interesseren voor een literaire verkenning op dit gebied. Een kleine uitgeverij bouwt een inhoudelijk afgebakend fonds op, zodat geïnteresseerde lezers weten waarop ze kunnen rekenen. Niet onbelangrijk: De kleine professionele uitgeverij biedt een kwaliteitsfilter. Mensen worden overspoeld door een diarree aan informatie. Iedereen is zo langzamerhand moe van nepnieuws uit de sociale media. Mensen zullen weer kranten gaan lezen met betrouwbare redacties. De tijd van nepboeken die kosteloos worden verspreid via de platformeconomie lijkt me ook voorbij. Lezers willen hun tijd besteden aan goede boeken.

Voor mij was het gesprek over de keuzes in de uitgave belangrijk. We spraken eerst over een e-boek. Dit zou inspelen op de groeiende markt voor e-readers. Tot mijn vreugde is het uiteindelijk een bijzonder fraai uitgegeven boekje geworden, dat door zijn vorm aandacht vraagt voor de inhoud. Nu is een spannende tijd aangebroken. We moeten zien wat het gaat doen bij de lezers…. 

Ik heb ook een gedichtenbundel geschreven. Het draagt de titel Roeiers in de lucht. Ik ben er heel lang geleden aan begonnen. Ik denk dat ik nog een keer met Hans de Graaff ga praten…

Uitgeverij De Graaff - boeken die er toe doen!