Reclame en de werkelijkheid zijn vaak geen goede vrienden. Zo viel mij vanmorgen met het openen van mijn mailbox een reclame op voor een vakantie op Sint Maarten:

“Op zoek naar een droombestemming? Dan is St. Maarten een goede keuze! Dit eiland in de Caraïbische zee is een aangename verrassing die het allemaal heeft: parelwitte stranden, de beste restaurants, een breed watersport aanbod en schitterende natuur. St. Maarten is bovendien al bijna 4 eeuwen de enige plek ter wereld waar Nederland en Frankrijk aan elkaar grenzen.”

Normaal gesproken zou je gelijk boeken. Direct onder dat bericht stond echter een bericht van de Volkskrant:

“Sint Maarten zet zich schrap voor orkaan Irma” en “Orkaan Irma bereikt Caribisch gebied. Op Sint Maarten worden voorbereidingen getroffen voor de op een na krachtigste storm die ooit in de Atlantische Oceaan is gemeten.”

Van degenen die verantwoordelijk zijn voor de vakantiereclame zou je verwachten dat ze het nieuws volgen, snappen dat St. Maarten op dit moment geen droombestemming is en de advertentie tijdelijk opschorten. Nu weten we langzamerhand dat je reclame altijd met een korreltje zout moet nemen. Zo zijn er bijvoorbeeld genoeg reisprogramma’s die klachten van vakantiegangers aankaarten of consumentenprogramma’s die onjuiste productinformatie aanpakken.
Uitgevers prijzen hun boeken uiteraard ook aan, onder andere op de flaptekst van het boek of met lovende woorden van BN'ers op de cover. Zelf probeer ik het boek op de flaptekst zo feitelijk mogelijk aan te prijzen, maar ik zal ook weleens iets te enthousiast zijn. Mijn excuus is dat ik probeer boeken uit te geven ‘die ertoe doen’. Op de homepage van de uitgeverij staan weer diverse boeken die binnenkort verschijnen en volgens mij ‘er echt toe doen’.

Het is een hype: ervaringsdeskundigheid! En ik doe ook mee! Ik richt me vooral op het geven van voorlichting aan hulpverleners en het doen van onderzoek binnen GGZ-instellingen. Uit onderzoek is gebleken dat het makkelijker praat met iemand die zelf bijvoorbeeld ook gesepareerd is, dan met iemand die nog nooit van zijn leven een isoleercel van binnen heeft gezien. Bij het geven van trainingen en bijscholing leg je wel even je ziel bloot en praat je over dingen die je eigenlijk niet zo snel zou delen. En in het begin is het ook eng om je verhaal aan wildvreemden te vertellen. Maar het heeft mij ook erg veel gebracht. Binnen mijn werkgroep ‘Samen wijs uit borderline’ vond ik veel her- en erkenning. Ik voelde me erg welkom, iets waar ik in de ‘normale wereld’ wel eens moeite mee heb. In periodes dat ik het idee heb dat ik helemaal niets kan, realiseer ik me dat ik de professional ben van mijn eigen stoornis, van mijzelf dus. Ik ben degene die mijzelf het beste snapt, ook al kan ik daar niet altijd even makkelijk bij. Hulpverleners geven aan veel te hebben aan onze input. We geven ze een nieuwe kijk op hoe werken met cliënten, vooral de bejegening, anders kan. Soms lijken dingen zo heel logisch maar dat is niet zo. Sommige dingen moeten toch een keer hardop gezegd worden. Bijvoorbeeld: ‘heb je een vraag over een cliënt? Vraag het diegene zelf!’ Het antwoord zit er gewoon al in, maar we kunnen er soms niet bij. We hebben de juiste vragen nodig om bij het antwoord te komen. Kom dus niet met oplossingen maar met vragen. We krijgen vaak te horen dat mensen respect hebben voor wat we doen en dat ze nieuwe inzichten meenemen. Ter afsluiting horen we ook heel regelmatig dat wij ook maar gewoon mensen zijn! De eerste keer dat ik dat hoorde, werd ik er erg boos over. ‘Ja, wat dacht je dan? Dat we van Mars komen?’ Maar nu, na heel wat keren deze lief bedoelde opmerkingen te hebben gehoord, kan ik denken: ‘Ach, eigenlijk zijn hulpverleners ook maar gewoon mensen.’

Viola van Rijnsoever

Uitgeverij De Graaff - boeken die er toe doen!